Publicaties Studiecentrum Vlaamse Primitieven

Sinds zijn oprichting heeft het Studiecentrum Vlaamse Primitieven gewerkt aan een systematische catalogus van de schilderijen die werden uitgevoerd in de vijftiende eeuw in de Zuidelijke nederlanden. De uitwerking van dit ambitieuze project, verwezenlijkt onder de leiding van een interuniversitaire commissie en in samenwerking met Belgische en buitenlandse specialisten, heeft de vorm aangenomen van drie reeksen wetenschappelijke publicaties:

Het Corpus beoogt een grondige wetenschappelijke analyse van de Zuidnederlandse 15de-eeuwse schilderijen in verschillende belangrijke openbare collecties. De teksten worden geschreven door specialisten ter zake en worden rijk geïllustreerd met detailfoto's en technische documenten.

Het Repertorium is gewijd aan de studie van 15de- en vroeg 16de-eeuwse schilderijen uit weinig bekende of moeilijk toegankelijke collecties. Het dient voornamelijk als werkinstrument voor verdere wetenschappelijke studie.

In de Bijdragen worden studies gepubliceerd die het resultaat zijn van een grondig wetenschappelijk onderzoek naar een specifiek onderwerp in de 15de-eeuwse Zuidnederlandse schilderkunst.

RECENTE PUBLICATIE

Albrecht Bouts (1451/55-1549)

Albrecht Bouts

 

Auteur: Valentine Henderiks
Bijdragen tot de studie van de Vlaamse Primitieven 10, Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Brussel, 2011, 458 p. (Frans)/ 466 p. (Nederlands)
Gepubliceerd in het Frans (ISBN: 978-2-930054-15-5) en in Nederlandse vertaling (ISBN: 978-2-930054-16-2)

Bestellen 

 

 

Deze publicatie vormt de eerste monografie met oeuvrecatalogus van het œuvre van Albrecht Bouts. Als jongste zoon van Dirk Bouts, opgeleid in het atelier van zijn vader in Leuven, kende de kunstenaar een voor die tijd uitzonderlijk lang leven. Het volume opent met een overzicht van de receptiegeschiedenis van de schilder. Vervolgens worden de artistieke persoonlijkheid van de meester, de familiale erfenis en het kader van zijn activiteiten behandeld, met als doel om zijn eigenhandige productie te scheiden van die van zijn atelier. Zo kan een vijftigtal schilderijen worden toegeschreven aan de meester en aan zijn naaste medewerkers. De auteur, die geschoold is in de technische analyse, steunt haar betoog op een direct onderzoek van de werken, zowel op stilistisch als op schildertechnich vlak, waarbij ze zich onder meer baseert op de minutieuze interpretatie van talrijke wetenschappelijke beeldvormingsdocumenten. Naast de musea vormde ook de bijdrage van meerdere onbestudeerde werken uit privé-collecties een kostbare bron van informatie die eveneens nieuwe onderzoekspistes heeft aangereikt. Het volume vervolgt met een geïllustreerde oeuvrecatalogus met bijna driehonderd schilderijen. Deze toont de omvang van de atelierproductie, vooral op het vlak van private devotietaferelen, maar ook de reikwijdte van de boutsiaanse invloed die zich tot ver buiten de Leuvense activiteitssfeer tot in Spanje en tot lang na de dood van de meester laat gevoelen. Een rijkelijke reeks illustraties, die het onmisbare complement vormt voor elke vorser en geleerde ter zake, vervolledigt het volume.