Het laboratorium voor C14-dateringen

De radiokoolstofdateringsmethode steunt op twee pijlers. Enerzijds is er het radioactieve verval dat met een constante snelheid verloopt. Dit wilt zeggen dat van een gegeven hoeveelheid radioactieve koolstof (voorgesteld door het symbool 14C) de helft door het radioactieve verval verdwijnt na 5.730 jaar. Dat betekent dat na 5.730 jaar nog de helft overblijft, na 11.460 jaar nog een vierde enz. Anderzijds is het zo dat 14C in de atmosfeer aangemaakt wordt en door fotosynthese in de koolstofcyclus terecht komt.

Eenvoudig gesteld bestaat de dateringsmethode uit het meten van de hoeveelheid 14C die nog aanwezig is, de vergelijking van dit resultaat met de initiële hoeveelheid 14C en de berekening daaruit, met behulp van de halfwaardetijd, van de ouderdom van dit systeem.

image002_400_07

 

 

De databank raadplegen: 14C-dateringen

image002_13

 

Deze databank bevat de radiokoolstofdateringen en stabiele isotopenmetingen uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. De databank wordt regelmatig aangevuld.

 

 

 

 

 

Contactpersoon:
Mark Van Strydonck - mark.vanstrydonck @ kikirpa.be